Weg met vol-betegelde en schoongeveegde schoolpleinen. Laat eens wat bomen en struiken groeien. Als je kinderen hun gang laat gaan, blijken juist rommelige plekken, een plas water of een achtergelaten bult zand grote aantrekkingskracht te hebben. Is op het schoolterrein of in de buurt van de school een plek waar kinderen ongestoord kunnen scharrelen, waar niets georganiseerd is, waar een kind kan dromen? (1) Op heel wat schoolpleinen is geen plek meer te vinden waar ze zich aan het wakend oog van meester en juf kunnen onttrekken. Zelden kunnen ze hun eigen spel bepalen of in bomen klimmen. Het wordt tijd dat we kinderen ook op schoolpleinen de regie in handen geven. Geef ze een plek waar ze opgaan in allerlei zelfbedachte avonturen. Een plek waar proefondervindelijk verkennen vanzelfsprekend is.
Freinet gaat nog iets verder met zijn wensen. Naast bos en struikgewas, rotsen, grotten, een waterstroompje en een meertje met een zandstrand wil hij ook ruimte voor dierenliefhebbers met een stal voor koeien, gieten, ezels, kippen en tortels. Voor kinderen met groene vingers denkt hij aan fruitbomen, vruchtenstruiken en stukje grond waar handige en serieuze kinderen hun eigen tuin bewerken met groenten en bloemen (2).
(1) concrete natuurervaringen zijn een essentieel onderdeel van een gezonde ontwikkeling van kinderen. Zie Richard Louv. Het laatste kind in het bos (2005)
(2) C. Freinet, De Moderne school, een praktische gids voor de materiele, technische en pedagogische organisatie van de volksschool. (Eerste uitgave 1945). De Freinetbibliotheek, Valthe 2009
Geen opmerkingen:
Een reactie posten